WERKGROEP LEERLINGENBEGELEIDING - VISIE
        KENMERKEN VAN LEERLINGENBEGELEIDING: VIERLIJNENMODEL

 

afstand en deskundigheid

Het vierlijnenmodel is overgenomen uit de welzijnssector en drukt visueel uit wat de afstand is van de ‘hulpverlener’ tot de leerling die ondersteuning nodig heeft. Hoe kleiner de afstand, des te sterker het persoonlijk contact met de leerling. Maar naarmate de afstand toeneemt, groeit de specialisatie van de hulpverlener. In theorie kan men niet van twee walletjes eten, hoewel sommige personen zich op meerdere lijnen kunnen bewegen. Zo is het in principe mogelijk om een psychiater in te huren om toezicht te doen op de speelplaats, maar de vraag is of dat een verantwoorde investering is!

subsidiariteitsprincipe Eveneens afkomstig uit de welzijnssector maar niet meer weg te denken uit de literatuur over leerlingenbegeleiding, is de term 'subsidiariteitsprincipe'. Volgens dit principe wordt in de hulpverlening de voorkeur gegeven aan de ‘minst ingrijpende’ maatregel. Als het niet om een crisissituatie gaat, zal men starten op de nulde of eerste lijn. Alleen als het probleem te ingewikkeld of te ernstig blijkt, worden ‘specialisten’ ingeschakeld.

 

de leerling in het midden De verschillende partners in de leerlingenbegeleiding hebben in de loop van de jaren telkens opnieuw hun positie bepaald ten opzichte van de leerlingen. Daarbij hebben ze elke keer gepoogd om hun inspanningen en deskundigheid zo adequaat mogelijk af te stemmen op de behoeften van de leerlingen. Zetten we de leerlingen in het midden, dan kunnen we rond hen een cirkel trekken die de eerste opvang voorstelt (eerste lijn) op het ogenblik dat ze daaraan behoefte hebben.

 

het vroegere PMS Die eerstelijnsopvang was oorspronkelijk een van de taken van de PMS- (nu CLB-)medewerkers. Toen preventie meer op de voorgrond kwam en individuele remediëring minder vaak nodig was, traden de PMS-medewerkers terug en gingen op de zogenaamde 'tweede lijn' staan: een nieuwe cirkel rond de vorige. Met het nieuwe decreet CLB krijgen ze de nadrukkelijke taak om zich op de tweede lijn te profileren.

 

de leraar en de medeleerlingen In een volgende fase nam ook het middenkader meer afstand van de dagelijkse, kleine problemen en was het de gewone leraar die op de 'eerste lijn' kwam te staan. Daar bevindt hij zich nog steeds. De inbreng van medeleerlingen, die het dichtst staan bij de leerling die steun nodig heeft, wordt de 'nulde' lijn genoemd.

 

het CLB

Het CLB werd dus op de tweede lijn geplaatst. De begeleiding vanuit het CLB is afgestemd op de vragen en behoeften van de cliënt (school, leerlingen en ouders). Alle acties die door de school zelf ondernomen worden situeren zich op de eerste lijn. Het CLB toont zich bereid om die begeleiding op de eerste lijn te optimaliseren.

De CLB’s kregen bovendien een functie als draaischijf tussen school en de bredere jeugdzorg en jeugdwerking (hulpverlening en preventie). Op die manier stimuleren ze ondersteunende samenwerkingsverbanden op de eerste en tweede lijn of verwijzen ze leerlingen door naar specialisten op de derde lijn.

 

PBD en navorming

Ook de  pedagogische begeleidingsdienst en de navorming nemen een eigen plaats in op de tweede lijn.

In het beleidsplan (of beleidscontract) moet aangegeven worden op welke manier de school, het CLB en de pedagogische begeleiding samenwerken. Er moet eveneens in vermeld staan hoe ze met elkaar informatie over het navormingsbeleid uitwisselen en de navorming afstemmen op de behoeften van de school.