![]() |
|
|
WERKGROEP LEERLINGENBEGELEIDING - VISIE |
|
| PPGO |
De zeven pedagogische pijlers van het PPGO plaatsen een aantal vakoverschrijdende attitudes in het voetlicht. Dit zijn doelstellingen die scholen van het gemeenschapsonderwijs willen verwezenlijken. Leerlingenbegeleiding – gericht op de totale persoonlijkheids-ontwikkeling van de leerling – sluit bij die doelstellngen volledig aan.
|
| Ontstaan |
Leerlingenbegeleiding is ontstaan in de
jaren '70, in antwoord op de grote onderwijsvernieuwingen waarmee de
Westerse landen het hoofd trachtten te bieden aan de razendsnelle
economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het bleek al snel dat niet
alle leerlingen probleemloos meedraaiden in de nieuwe onderwijsstructuren.
Voor hen werd extra ondersteuning opgezet. Leerlingenbegeleiding
is dus ontstaan vanuit een probleemgeoriënteerd model.
|
| Remediëring |
In deze optiek ligt een remediërende aanpak
voor de hand. Men heeft in de eerste plaats aandacht voor leerlingen die
uit de boot vallen. De oorzaken kunnen een foute studiekeuze zijn,
problemen bij het studeren of persoonlijke problemen. Voor die leerlingen
wordt ondersteuning opgezet op de drie domeinen die nog altijd de basis
vormen van leerlingenbegeleiding: keuzebegeleiding, studiebegeleiding en
'socio-emotionele begeleiding'. (Die laatste term geraakt steeds meer in
onbruik en wordt tegenwoordig vervangen door 'persoonlijke begeleiding'.)
In de beginjaren werd leerlingenbegeleiding gezien als een domein van
specialisten - veelal PMS-medewerkers - en was ze gericht op individuen.
De CLB’s (Centra voor Leerlingenbegeleiding) spreken over vier domeinen:
onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en
preventieve gezondheidszorg.
|
| Preventie |
In de jaren '80 groeide het besef dat het
probleemgeoriënteerde model niet adequaat was. Er gingen steeds meer
stemmen op om naar een preventieve aanpak te gaan, eerder dan 'EHBO' te
verstrekken. In verschillende landen werden lessenpakketten ontwikkeld
rond de thema's 'leren kiezen', 'leren leren' en 'leren leven'. Naast een
individuele aanpak komt er nu ook een aanpak van de groep. De
deskundigheid die daarvoor nodig is, wordt het domein van
'Leefsleutelleraren' die op klasniveau werken, en 'graadcoördinatoren'
die de directie steunen bij het ontwikkelen van een preventiebeleid op
schoolniveau.
|
| Alle leraren |
Sinds de jaren '90 doet zich een derde ontwikkeling voor: de eerste verantwoordelijkheid
voor leerlingenbegeleiding komt nu in handen van de ‘gewone’ leraar.
Daarnaast blijven de preventiespecialisten op klasniveau en op
schoolniveau hun werk doen, evenals de deskundigen die leerlingen opvangen
met bijzonder ingewikkelde of ernstige problemen. Men gaat er echter van
uit dat elke leraar over basale begeleidingsvaardigheden moet beschikken
en dat in principe elke leraar een leerlingenbegeleider kan en zou moeten
zijn.
|
| Onderwijsrevolutie |
Deze ontwikkeling is uiteraard niet los te
denken van de onderwijsrevolutie op didactisch gebied, die eist dat
leraren meer zijn dan 'lesboeren'. Aansluiten bij de leefwereld van de
leerlingen, vakoverschrijdend, thematisch, probleemoplossend werken,
gericht zijn op zelfstandig leren en op de ontwikkeling van de totale
persoonlijkheid - zijn de nieuwe ordewoorden. Met de invoering van
vakoverschrijdende eindtermen en het belang van leerlingenbegeleiding bij
de doorlichting, toont ook het departement onderwijs waar de prioriteiten
liggen.
|
| Leerlingenparticipatie |
De meest recente evolutie in de
leerlingenbegeleiding toont een toenemende aandacht voor
leerlingenparticipatie. Vanuit het emancipatorisch denken over onderwijs
is die evolutie goed te verklaren. Immers: wil men leerlingen begeleiden
in het zelfstandig keuzes maken, zelfstandig leren en zelfstandig leven,
dan is het aangewezen dat ze actief betrokken worden bij de inhoud van de
projecten op klas- en schoolniveau die voor hen opgezet worden. Maar ook
in de 'hulpverlening' worden steeds vaker leerlingen ingezet: hoewel ze
niet 'professioneel deskundig' zijn, zijn ze het best geplaatst om
signalen op te vangen van medeleerlingen die problemen hebben.
|
| decreet CLB-12/1998 | Het decreet CLB gaat in tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden niet uitsluitend over de rol van de CLB’s. In dit decreet wordt tegelijkertijd gewezen op de taak van de school en de ouders als eerste zorgdragers en verantwoordelijken voor de ontwikkeling van leerlingen. In de tekst van het decreet CLB wordt daarom ook verwezen naar verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de school op het vlak van leerlingenbegeleiding. School en CLB maken in overleg afspraken over de samenwerking en wederzijdse inbreng. Ze steunen daarbij op het beleidsplan of beleidscontract dat het CLB met de inrichtende macht afsloot. |