|
-
De integratie van ICT in
de basisschool hangt meestal samen met de aanwezige individuele
competenties van leraren, alsook met de aanwezige technische uitrusting.
Deze zijn verschillend van school tot school. Daarom is het belangrijk
de beginsituatie van de school in kaart te brengen (analyse van de
beginsituatie). Het opstellen van een coherent ICT- beleidsplan zorgt
ervoor dat individuele competenties en technische uitrusting in een
breder invoeringsperspectief worden geplaatst.
-
Als pedagogische
begeleidingsdienst hebben we de kerntaak het beleidsvoerend vermogen van
scholen te ondersteunen. Dit houdt in dat de school vertrekkend van een
duidelijke visie op de rol van ICT, haar onderwijskundige doelen
vooropstelt, gestructureerd werkt aan de uitvoering ervan en tevens haar
organisatorische en financiële beleid hier aan koppelt. Alle leraren
participeren aan het overleg en de besluitvorming en de directeur
verdiept zich eveneens in het inhoudelijke. De activiteiten van de
leraren m.b.t. ICT- gebruik worden beter op elkaar afgestemd en de
samenwerking groeit. Er heerst consensus op het vlak van ICT- gebruik op
school.
-
Het ICT- beleidsplan
maakt deel uit van het schoolwerkplan. De werking op het vlak van ICT
hangt samen met het pedagogisch project van de school en kan dus niet
los worden gezien van de klemtonen die de school wenst te leggen op
andere gebieden, zoals bijvoorbeeld projectonderwijs of zorgbreedte.
Visie, doelen en inhoud vormen de kern van het invoeringstraject,
uitgaande van de lokale beginsituatie. Geen twee scholen zullen dus
eenzelfde beleidsplan kunnen realiseren.
-
Het ICT- beleidsplan
stelt de school in staat om concretere begeleidings- of
nascholingsvragen te stellen aan de ICT- coördinatoren die ingezet
werden vanuit de scholengroepen. De ondersteuning door die ICT-
coördinatoren zal dan gericht gebeuren in functie van het verhogen van
de professionaliteit van het ganse schoolteam.
|